Onderhandse aangeefslag (o.h.a.s.)

Het goed aanspelen van een (makkelijke) bal

Het goed geconcentreerd aanspelen van de (eerste) bal is van groot belang.
Veel rally’s komen anders moeilijk op gang, omdat de eerste bal te moeilijk in het spel wordt gebracht (door vaak een te hoog raakpunt voor speler aan de overkant). Door instructie te geven over het goed aanspelen c.q. op gang brengen neemt de kans op een goede bal en een langere rally aanmerkelijk toe. Essentieel hierbij is:
speel een bal aan die na de stuit in de dalende lijn is te spelen tussen knie en heuphoogte.

Aandachtspunten zijn:
– ga zijwaarts staan
– laat de bal vallen op het raakpunt (niet naar de grond gooien! Dat geeft nameliijk een te hoog raakpunt)
– sta klaar met je racket achter
– sla niet met teveel polsactie
– geef de aangever een mikpunt (“mik voor de lijn”, “sla op de krant”). Dit mikpunt ligt ongeveer tussen het net en de speler om de  bal in de dalende lijn te spelen tussen knie en heuphoogte.

Het aanbieden van een makkelijke bal in de rally.
Dat is een bal die na de stuit in de dalende lijn kan worden geslagen. Deze moet ruim voor de medespeler stuiten en met een wat hoger/trager boogje worden aangespeeld.

GRAS voor onderhandse aangeefslag

Greep –> “glijd met je hand langs de snaren via de steel naar beneden”
-eastern forehand:  je handpalm tegen de zijkant van de steel te leggen. De knokkel van je wijsvinger hoort op het vlakke stuk van de zijkant van de steel te rusten.

Raakpunt –> “raak de bal voor je”
Het optimale raakpunt van deze tennisgrip ligt
-tussen de knie- en de heuphoogte bij
-de voorste voet op
-normale slagbreedte

Armactie –> “til de bal over het net”
-van achter laag naar voor hoog
-zwaai van binnen naar buiten (“bal nawijzen”)
-gefixeerde pols (dorsaal-flextie)

Stand van het lichaam –> “wijs met je linkerschouder het net aan”
-zijwaarts / ingedraaid (linker voet voor)
– gewichtsoverdracht van het achterste been naar het voorste been tijdens slag