Forehand

Greep –> “glijd met je hand langs de snaren via de steel naar beneden”
– eastern forehand

Deze tennisgrip wordt ook wel de klassieke tennisgrip genoemd en dit is in principe de eerste tennisgrip die je zal leren van een tennistrainer indien je geen controle hebt met je eigen greep.

 

 

 

 

 

Raakpunt –> “raak de bal voor je”
bij de voorste voet
– tussen knie en heuphoogte in de dalende lijn na de stuit
– normale slagbreedte

Armactie –> “over de berg naar achter en door de tunnel naar voren” 
– van achter laag naar voor hoog
– zwaai van binnen naar buiten (“bal nawijzen”)
– gefixeerde pols (dorsaal-flexie)

Stand van het lichaam –> “stap met je linkervoet, naar de rechter netpaal” 
– zijwaarts / ingedraaid
– gewichtsoverdracht van het achterste been naar het voorste been tijdens slag