G.R.A.S.

Zoals eerder gezegd kan diepgaand technisch inzicht in slagen van waarde zijn voor de leraar. Tijdens het lesgeven is het vaak te veel omvattend en kan er het best gewerkt worden aan de hand van het acroniem G.R.A.S. Dit staat voor Greep, Raakpunt, Armactie en Stand van het lichaam.

Soms komt het bijvoorbeeld voor dat je vaak dezelfde ballen op dezelfde manier uit slaat. Vaak is dit een teken van een verkeerd raakpunt, stand van het lichaam of armactie die niet past bij de manier waarop jij  je tennisracket vasthoud. In tennis zijn er vele verschillende racket-grepen, allemaal hebben ze hun eigen optimale raakpunt. Dit raakpunt verschilt van ter hoogte van de knieen tot ter hoogte van de schouders.

G.R.A.S. is m.a.w. een soort samenvatting van vier belangrijke onderdelen uit de totale slag. Het is een technische kapstok aan de hand waarvan de slagen gecontroleerd kunnen worden en aanwijzingen kunnen worden gegeven. Deze vier punten vormen een technische viereenheid, omdat ze met elkaar samenhangen. Als bijvoorbeeld de greep verandert, dan heeft dat automatisch ook gevolgen voor de rest van de viereenheid. Ter illustratie; bij een tennis-service met een “mattenkloppergreep” zal het raakpunt lager liggen en verder naar voren dan bij een “shake-hands-greep”, de armactie zal meer duwbeweging vanuit de elleboog zijn dan een werpbeweging vanuit de schouder en de lichaamsstand zal meer frontaal zijn dan zijwaarts.

Het geven van een aanwijzing aan de hand van G.R.A.S. is ook voor kinderen vaak een handige manier om gestructureerd een stukje van de slagbeweging proberen te verbeteren of te veranderen. Wij zijn een groot voorstaander om technische aanwijzingen te geven d.m.v. landschappelijke aanwijzingen en analogieën, omdat het impliciet leren bevorderd.

Een voorbeeld: als kinderen een forehand-cross kunnen spelen en je wilt ze leren rechtdoor te slaan, dan is het vaak voldoende om de aandacht op het raakpunt te leggen. Dat komt namelijk meer naast je te liggen. Dus “raak de bal iets later in de balbaan” of “raak de bal iets eerder in je zwaai” zijn dan (landschappelijke) aanwijzingen waardoor je leerlingen binnen een van de aandachtspunten van G.R.A.S. kunt sturen.

Wat vermeld moet worden, is dat het aanleren van een (andere) greep meestal veel tijd en energie van de docent kost. De meeste kinderen hanteren van nature de meest ideale greep niet automatisch en zullen dus regelmatig persoonlijk gecorrigeerd moeten worden. Met groepen van 30 kinderen wordt dat een lastige opgave gezien ook de beperkte beschikbare tijd.

Een voorbeeld: het spelen met een zogenaamde “mattenkloppergreep” is niet de meest ideale manier om het racket vast te pakken voor een service, het zorgt voor een lager en meer naar voren raakpunt dan een service met een shakehandsgreep. Toch is de “mattenkloppergreep” voor de service een veel gebruikte greep bij leerlingen. Het geeft de leerling namelijk meer zicht door het racket heen op de bal (anders gezegd; de oog- handcoordinatie is eenvoudiger). De leerling zal dus eerder in staat zijn om op die manier een spelletje te spelen met een bovenhandse service, maar voor de lange termijn is het een greep met beperkingen.

Over het algemeen kunnen we stellen dat de docent l.o. in zijn les de greep niet snel aanpast, omdat het te vaak een niveau-daling geeft en de tijd te beperkt is om daar weer bovenop te komen.  Wanneer een leerling heel weinig controle heeft, is het wel aan te raden om een greep te veranderen of aan te passen. Een sok met ribbels (zie foto) helpt daarbij om de juiste grip op je greep te krijgen.

De meest voorkomende slagtechnieken worden m.b.v. G.R.A.S. gedetailleerd weergegeven in de dochterpagina’s van deze pagina.

Direct aan de slag