Arrangementen Tennis

Van Dale Woordenboek:
Arrangement = regeling waardoor iets op de
gewenste wijze kan plaatsvinden of aflopen.
De door de docent gearrangeerde bewegingssituatie
waarbinnen de bewegingsactiviteiten van leerlingen
plaatsvinden, noemen we het bewegingsarrangement.

Bewegingsarrangementen moeten zodanig
samengesteld zijn, dat de essentie van de
bewegingsactiviteit er zo goed mogelijk door wordt
geraakt. Een bewegingsarrangement is daarom een
belangrijk onderdeel van het didactisch
instrumentarium dat de docent ter beschikking staat.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:

  • het verbreden of verlengen van een speelveld
  • het verhogen van het net
  • spelmateriaal aanpassingen (kortere racketsteel,
    minder hoog stuitende ballen)
  • het sturen van de balbaan door te werken met
    mikpunten (krijt, tape, krant e.d.).

Tevens zijn op het bewegingsarrangement methodische principes van toepassing. Het gaat er daarbij om de leerlingen in een leeromgeving te plaatsen die zij aankunnen en die hen uitdaagt om te blijven deelnemen. Het arrangement kan dus net als de bewegingsactiviteit op- en uitgebouwd worden. Het interessante voor de docent is om op het juiste moment de meest verantwoorde of toepasbare beslissing te nemen bij aanpassingen van dit arrangement. Enkele voorbeelden van een verantwoorde of toepasbare beslissing nemen bij de aanpassing van het arrangement:

  1. Arrangement: het sturen van de balbaan door een krant als mikpunt. De uitdaging door het arrangement (opdracht): speler A slaat met de onderhandse aangeefslag de bal over het net en speler B moet de bal terug slaan. Wanneer de aangegeven bal te diep of te ondiep stuit kan er een krant neergelegd worden om de balbaan af te dwingen. Speler B kan zich zo ten opzichte van de krant opstellen dat hij de bal na de stuit en in de dalende lijn kan raken (comfort zone).
  2. Arrangement: het sturen van de balbaan door een hoger net. Als ballen laag over het net gaan, hebben de spelers minder tijd. Dat kan een controle verlies opleveren. Door het net hoger te plaatsen krijgen de ballen een hogere balbaan en geeft dat de leerlingen meer tijd om te reageren. Hierdoor ontstaat er een grotere kans op langere rally’s.

Door aanpassingen in het arrangement leggen we niet de nadruk op de technische uitvoering van de slag, maar stellen we het resultaat van de slag en de ruimtelijke oriëntatie centraal. De reden hiervoor is omdat het verbeteren van een slagtechniek maar een klein aspect is om de kans te vergroten dat het lukt. We noemen dit impliciet leren. Dit is het leren dat zonder die nadrukkelijk aandacht al doende gebeurt. Onderzoek lijkt er op te wijzen dat het impliciete leren tot stabielere leerresultaten leidt dan expliciet leren.

Het gaat bij impliciet leren om:

  • foutloos leren
  • differentieel leren
  • slim ingerichte bewegingssituaties (arrangementen)
  • het geven van aanwijzingen met een externe focus: landschappelijke aanwijzingen.
  • analogieën

In een korte lessenserie, zoals de competentietoets voor racket spelen (4 lessen), is er te weinig tijd om diep in te gaan op het verbeteren van de ideaaltechnische slagen.
Vaak is dit voor een beginnende docent wel zijn (enige) houvast m.b.t. lesgeven in onderdelen met weinig ervaring. Een impliciete aanpak kan dan voor de leerlingen aantrekkelijker zijn.

Direct aan de slag