Tactiek

Wat verstaan we onder tactiek?
Tactiek zou je kunnen omschrijven als de manier waarop je in een spel of een wedstrijd te werk gaat om de overwinning te behalen. Wanneer we het hebben over tactiek, dan hebben we het vooral over keuzes maken.

Op basis waarvan maakt de spelers zijn keuzes eigenlijk? Voordat een speler een bal terugslaat, is er al het een en ander gebeurd dat de uiteindelijke uitvoering van die slag mede heeft bepaald. Het eerste dat de speler moet doen is WAARNEMEN. Het waarnemen van de aankomende bal, de positie van de tegenspeler e.d. zijn zaken die al worden geregistreerd, voordat de uiteindelijke slag plaatsvindt. Na het waarnemen komt de speler in de fase waarin hij moet BESLISSEN. Dat beslissen gebeurt op basis van de aanwezige tactische kennis (ervaring) en de technische mogelijkheden (beheers ik de smash wel?), maar ook op basis van de bedoeling die de speler heeft met de bal (wil ik hem smashen of diep als contra-slag spelen?).

In deze beslissingsfase zit dus de tactische (keuze) component. Nadat de beslissing voor een slag is genomen komt de speler in de fase van het UITVOEREN. Anders gezegd, de slag wordt uitgevoerd. Tot slot wordt de actie geëvalueerd. Of anders gezegd er wordt TERUGGEKOPPELD m.b.t. het resultaat en het gevoel van de slag, zodat een volgende poging er zijn voordeel mee kan doen.

In schema ziet dat er als volgt uit.

WAARNEMEN –> BESLISSEN –> UITVOEREN –> TERUGKOPPELEN –> WAARNEMEN

Het beslissen is de fase waarin de tactisch component van het spel plaatsvindt en die van grote invloed is op het uiteindelijke verloop van de wedstrijd.

Vaak wordt er veel geoefend op het verbeteren van de handeling (slagactie/voetenwerk). De oorzaak van veel fouten zit echter op beslissingsniveau (een smash spelen op een bal die al te laag is) of waarnemingsniveau (niet zien dat de tegenspeler ver van de tafel staat en een kortere bal een betere optie zou zijn). Het bewust aandacht geven als docent op deze terreinen kan leiden tot snelle verbeteringen in het spelen van spelletjes. Voorbeeld: speler 1 slaat een service en stapt meteen naar links of naar rechts -> speler 2 slaat de bal juist de andere hoek in afhankelijk van de actie van speler 1.

Tactiek of techniekles?

Indien je tactiek wilt ontwikkelen zul je dus in ieder geval met (half) open spelsituaties moeten werken. Er moet immers iets te kiezen zijn. Het oefenen van een bepaalde slagtechniek, of zelfs een wisselend slagenpatroon dat vastligt, is een gesloten vorm. Daarmee kun je prima iets technisch oefenen, maar het draagt niet bij aan het ontwikkelen van enig tactisch inzicht. Het leren kiezen uit tenminste twee opties is een vereiste om dat tactisch inzicht wel te ontwikkelen.

Voorbeeld van een techniek oefening: de leerlingen spelen na een (schuifslag) service, een schuifslag return,  en blijven over de diagonaal met elkaar de schuifslag oefenen. De volgorde van de slagen ligt vast en er is geen keuze.

Voorbeeld van een tactiek (half) open oefening: de ene leerling moet alles op de linkerhelft van de tafel terugslaan. De andere leerling heeft de keuze tussen om de bal te plaatsen op zowel de linker als de rechterhelft van de tafel.

Tactische basisprincipes
Waarop kun jij je als docent nu richten als je tactiek wilt verbeteren en, waarop richt jij je het eerst? We maken daarbij gebruik van de indeling van de vier tactische basisprincipes.

We onderscheiden:
1. de opstelling
2. de balbaan
3. de bewegingen
4. het gedrag

Een korte toelichting op deze vier punten en een voorbeeld ter verduidelijking.

  1. de opstelling
    Heeft te maken met de plaats waar je gaat staan achter de tafel  in afwachting van de aankomende bal. Ook hier geldt dat dit mede afhankelijk is van de acties mijn tegenspeler. Voorbeeld 1: indien mijn tegenstander gaat smashen, dan kies je er waarschijnlijk voor om je wat verder van de tafel af op te stellen.
    Voorbeeld 2: je hebt een betere fh dan backhand, waardoor je ervoor kiest om je positie achter de tafel wat meer naar je bh-hoek te kiezen, zodat er meer ballen met de fh kunnen worden gespeeld.
  2. de balbaan
    Deze keuzes hebben vooral te maken met de vertrekkende bal, maar worden uiteraard mede bepaald door de aankomende bal.
    Voorbeeld1: sla ik de al de bal links of rechts op de tafel (naar de fh of de bh van de tegenspeler)?
    Voorbeeld 2: de bal komt laag en kort met backspin naar je toe en zou een tweede stuitpunt op de tafel hebben. Deze bal kun je niet smashen.
    Voorbeeld 3: kies je voor meer backspin of meer topspin om je tegenspeler een lastigere bal aan te bieden?
  3. de bewegingen
    De bewegingen die een speler maakt zijn eveneens een tactisch mogelijkheid. Naast bewegingen met de arm hoort het bewegen met de benen over de baan hier ook bij. Zowel de schijnbeweging (ik laat iets anders zien dan ik ga doen), als het camoufleren (ik laat niet zien wat ik ga doen) worden binnen tafeltennis veel gebruikt. Binnen de lessen op school zal het slechts beperkt aan de orde kunnen komen, omdat het aardig wat controle over de slagen en overzicht over het spel vraagt. Toch zullen betere leerlingen van onderstaande voorbeelden gebruik gaan / kunnen maken.
    Voorbeeld 1: ik doe alsof ik de bal hard ga slaan, maar ik speel de bal juist zacht.
    Voorbeeld 2: ik doe alsof ik een service met topspin ga slaan maar gebruik uiteindelijk backspin.
  4. het gedrag
    Het gedrag (o.a. mentaliteit) van een speler bepaalt mede je keuzes. Dit is voor het onderwijs het minst ter zake doende onderdeel.
    Voorbeeld: een speler die graag snel achter elkaar de punten speelt, ga je wat een wat trager spelverloop op dringen door wat langer de tijd te nemen om te serveren.

Waar beginnen we mee?
De eerste tactisch informatie die de leerlingen krijgen heeft meestal betrekking op de opstelling. Waar moet ik gaan staan achter de tafel? De aandacht is dus nog erg gericht op de vaardigheid van zichzelf en het herkennen (inschatten) van de aankomende bal. De balbaan is de volgende pijler waar de leraar zich vaak op richt. Waar moet de bal heen geplaatst worden? Hoe hard moet dat gebeuren? Kortom allerlei zaken die te maken hebben met het slaan van de bal. De tactische mogelijkheden van bewegingen komen vaak alleen aan bod als de leerlingen vaardiger worden, maar behoort ook tot de “lichamelijke kant” van tactiek onderricht. De laatste pijler, het gedrag als tactisch component, zullen we in het onderwijs vaak niet verder komen dan het eerlijk spelen. Het maken van mentale keuzes t.o.v. een tegenspeler is nog niet (expliciet ) aan de orde.

Onderscheid in spelsoorten
Hieronder vind je enkele voor het onderwijs bruikbare tactische zaken. We maken in de tactiek een onderscheid in twee spelsoorten, omdat de verschillen tussen enkelspeltactiek en dubbelspeltactiek aanzienlijk zijn. Om de structuur van het begrip tactiek verder te vergroten, dient er een onderverdeling gemaakt te worden t.a.v. van tactische keuzes naar de aankomende en de vertrekkende bal toe.

Enkelspeltactiek (basis)

Tactiek t.o.v. de aankomende bal:
– kies een positie t.o.v. de tafel, zodat je zoveel mogelijk je sterkere slag kunt gebruiken
– ga verder van de tafel afstaan, als de tegenspeler gaat smashen
– neem op een lage met backspin geslagen bal weinig risico en schuif de bal verdedigend      terug
– wacht met het nemen van initiatief om harder te slaan (smash) tot er een hoger / makkelijker aankomende bal wordt geslagen

Tactiek t.a.v. de vertrekkende bal:
– neem om meer initiatief te krijgen in de rally de bal vroeg in de balbaan (snel na de stuit) met een contra slag
– plaats de ballen op de zwakkere kant van de tegenspeler
– speel de ballen afwisselend links en rechts, zodat de tegenspeler zich moet verplaatsen achter de tafel
– probeer een zwakke return af te dwingen door met effect te serveren, zodat er vervolgens op aangevallen dan wel gescoord kan worden
– probeer de tegenstander de fout te laten maken, dat levert vaak meer punten op dan zelf willen scoren
-varieer in de soort rotatie en combineer side-spin met bijvoorbeeld back- of topspin

Dubbelspeltactiek (basis)

De tactieken van het enkelspel gelden hier ook.
Daarnaast zijn er specifieke zaken waar je rekening mee moet houden.
De bal moet om de beurt gespeeld worden door beide spelers. Het is daarom van belang om de service zo te spelen (effect en plaatsing op de tafel), dat de medespeler ongeveer weet waar hij de bal kan verwachten. Tevens zal je nadat je de bal hebt gespeeld snel ruimte moeten maken voor je medespeler.

 

Direct aan de slag