Slagtechniek

Het analyseren van slagbewegingen

Wat is een a-cyclische sportbeweging en hoe kun je die het best analyseren? Welke onderdelen onderscheiden we binnen de verschillende fases van een slag en wat is het nut van het onderverdelen van een slag in verschillende delen voor het lesgeven?
Antwoorden op deze vragen vind je in het onderstaande stuk.

Cyclische versus a -cyclische sportbewegingen
Binnen sportbewegingen onderscheiden we cyclische bewegingen, ook wel repeterende bewegingen genoemd en a-cyclische bewegingen die ook als enkelvoudige bewegingen worden omschreven in de literatuur. Slagtechnieken binnen racketsporten behoren tot de a-cyclische sportbewegingen. Bij dit soort bewegingen wordt het bewegingsdoel met slechts een hoofdfase bereikt. Deze a-cyclische bewegingen kenmerken zich door een duidelijk begin en eind in de beweging. Het lopen naar de bal of shuttle wordt bij de cyclische sportbewegingen ingedeeld. Hierbij kan het bewegingsdoel alleen worden bereikt door een opeenvolging van verschillende cycli met een zelfde structuur. De eindfase van de vorige cyclus valt samen met de voorbereidingsfase van de daarop volgende.

Fasering binnen a-cyclische sportbewegingen
Als we een slag bekijken kunnen we daarin een drietal fases onderscheiden. In chronologische volgorde zijn dat de voorbereidingsfase, de hoofdfase (ook wel kernfase genoemd) en de eindfase. Hieronder volgt een korte omschrijving van de verschillende fases.

De voorbereidingsfase (VF)
Hier wordt de slagbeweging ingezet. Dit gebeurt in tegengestelde richting van de hoofdfase, zodat er energie wordt verzameld die in de hoofdfase nodig is. Het lichaam (racket) wordt in de juiste positie en houding gebracht om de hoofdfase zo gunstig mogelijk te kunnen uitvoeren.

De hoofdfase (HF)
Tijdens deze fase wordt de kracht (energie) geleverd om de beweging te maken. De beweger dient, zeker in het begin van deze fase, contact te hebben met de grond, omdat een slagactie start met het afzetten daartegen. Door gebruik te maken van deze zogenaamde “ground-reaction-force”, wordt de benodigde energie gegenereerd. In deze fase begint het racket voorwaarts te bewegen in de richting van de bal/shuttle (ook wel als het keerpunt in de lus omschreven). De fase eindigt als het voorwerp is geraakt, dus net na het raakpunt.

Belangrijk om te vermelden is, dat er dient te worden gestreefd naar een raakzone. De raakzone is een gebied waarin alle mogelijke raakpunten liggen die een nagenoeg zelfde resultaat zullen opleveren. Vooral bij minder vaardige spelers is het belangrijk om een grote raakzone te creeren, om zodoende de kans op succes zo te vergroten.

De eindfase (EF)
Alle acties na het raken van de bal of shuttle. Overtollige energie vloeit weg afhankelijk van het doel van de slag. Anders gezegd, de eindfase (eindhouding c.q. uitzwaai) wordt vooral bepaald door acties in de voorbereidings- en hoofdfase. Belangrijk daarbij is dat zo snel mogelijk de juiste uitgangshouding en uitgangspositie kunnen worden ingenomen voor de volgende slag. Het bewaren van de balans van het lichaam is daarvoor een belangrijke voorwaarde.

In de fases zijn verschillende delen te onderscheiden die vaak op hun beurt weer verder zijn op te splitsen in kleinere delen. Door op deze wijze een slag in stukjes op te delen, kan er gestructureerd worden gekeken naar een beweging en het terugredeneren naar een fout binnen de beweging worden vereenvoudigd.

Waarom is het onderscheiden van de drie fases binnen een slagbeweging van belang voor het geven van onderwijs? Het raakpunt is een zeer cruciaal punt in een slagbeweging. Immers, na het raken ligt vast wat er met de shuttle gebeurt. Tijdens de HF van de slag en dan vooral tijdens het raakpunt, is de racketsnelheid meestal erg hoog. Een bal of shuttle heeft slechts een aantal duizendste (0,003 tot 0,005) van een seconde contact met het raket. Die tijd is eenvoudig weg te kort om met het blote oog waar te kunnen worden genomen. Wanneer een bal of shuttle verkeerd wordt geraakt, is in de HF van de slag dus vaak niet waar te nemen waardoor dat komt. Door een beeld te vormen van het bewegingsverloop in de VF en EF kan, in combinatie met het resultaat van de slagpoging, worden teruggeredeneerd wat er fout is gegaan in de uitvoering.

Aanwijzingen
Voor het geven van aanwijzingen is het dus met name van belang om door te krijgen wat er in de VF anders moet worden gedaan om tot een beter, meer gewenst, resultaat te komen. Anders gezegd: de sleutel tot meer succes zit vaak in de VF.

Voorbeeld: als de leerling de shuttle vaak te laat raakt (achter het hoofd bij het spelen van een clear), dan kan een aanwijzing over actiever klaar staan met het racket hoog in de VF tijdwinst opleveren waardoor het racket eerder achter is en de shuttle eerder geraakt kan worden.

Ook de EF geeft vaak belangrijke informatie om fouten te herleiden, omdat deze fase een min of meer logisch gevolg is van dat wat in de VF en HF is gebeurd.

Voorbeeld: als de netdrop te hoog over het net gaat, zie je waarschijnlijk in de EF van de slag een zwaaiende beweging van het racket. In de HF zal er dan tijdens het raken ook gezwaaid i.p.v. geblokt zijn met het racket en dat kan weer komen door een te lage start van het racket en/of een te veel zwaaiende beweging in de VF.

Het geven van een aanwijzing voor de EF kan een sturend effect hebben naar de actie in de HF.
Voorbeeld: wijs met je racket de shuttle na in de richting van waar je de lob heen wilt spelen. Deze aanwijzing kan helpen bij het langer in de richting zwaaien van waar je de shuttle heen wilt spelen.

Toch zijn de beste resultaten te boeken met aanwijzingen gericht op de VF. Immers als je een shuttle harder wilt slaan zal het racket in de VF verder achter de shuttle moeten worden gebracht. Als dat niet is gebeurd, dan zal het harder uitzwaaien niet meer kunnen bijdragen aan het versnellen van de shuttle. Deze is immers op dat moment al vertrokken.

Direct aan de slag