Organisatie Badminton

ORGANISATIE

Een standaard gymzaal in het Voortgezet Onderwijs heeft een afmeting van 12 meter breed en 21 meter lang. De meest gebruikte organisatie om dan te gaan badmintonnen is die, waarbij er een net wordt gespannen in de lengte van de zaal. De leerlingen spelen dan in de breedte richting. Er kunnen dan 3 tot 3,5 meter brede veldjes worden gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld vrij eenvoudig door met schilderstape (tijdelijke) belijning aan te brengen. In deze situatie kunnen er dan 6 tot 7 veldjes worden gecreëerd en dus kunnen er 12 tot 14 kinderen bijvoorbeeld een enkelspelwedstrijd spelen.

Ter illustratie van een toernooi vorm, waarbij de klas wordt verdeeld in twee groepen.

  • 6 velden waarop 1 tegen 1 wordt gespeeld (rest van de leerlingen zitten langs de kant)
  • Je speelt een wedstrijd tot de 7 punten tegen elkaar
  • Na een gespeelde wedstrijd ga je op de bank van jouw team zitten
  • Winnaar mag een hoedje leggen op de stapel bij jouw team
  • Er gaat meteen van elk team een speler naar het lege veld (buitenom lopen!)
  • Het team dat de meeste hoedjes haalt wint
  • Bij een oneven aantal kinderen, speel je automatisch tegen iemand anders
  • Bij een even aantal kinderen afspreken dat je niet tegen dezelfde speelt een tweede keer

Wil je dit spel differentieren? Zie  pagina differentieren badminton.

Intensivering

Hoewel zes veldjes naast elkaar vaak de meest voor de hand liggende oplossing lijkt, willen we toch ook andere mogelijkheden aangeven, omdat hierdoor het aantal actieve leerlingen in een les kan stijgen.

1. Combineren met andere activiteiten die minder plaats in nemen. Voorbeeld; tafeltennistafels nemen relatief weinig ruimte in. Op de plaats van 2 veldjes kunnen, minimaal, 2 tafels staan. Daarop kunnen dan 8 leerlingen (dubbelspel) tafeltennissen of zelf nog meer kinderen met vormen van “Rond de tafel”.
Nog gunstiger wordt het als deze tafels op de gang dan wel in de kleedkamers kunnen staan. Omdat tafeltennis relatief veilig is, kan het meestal geen kwaad als er leerlingen net buiten zicht zelfstandig spelen.

2. Het laten spelen van dubbelspel i.p.v. enkelspel. Een veldje van ca. 4, 5 meter breed volstaat om een dubbelspel te spelen. Dit betekent dat je 5 veldjes kunt aanleggen wanneer je er voor zou kiezen om alleen te dubbelen en dat er dan in totaal 6 tot 8 kinderen meer actief zijn in verhouding tot alleen enkelspel. Andere optie is om dubbelspelwedstrijdveldjes te combineren met smallere veldjes waarop oefen(spel) vormen worden gebruikt.

 

3. Werken met een ingesprongen opstelling. Bruikbaar voor gesloten oefensituaties, zoalsbijvoorbeeld een onderhandse aangeefslag met een drop.

4. Zowel in de lengte – als breedte richting van de zaal, werken met verschillende racketspel onderdelen die andere speelruimten vragen

 

5. Het werken met een stroomvormen, waarbij kinderen achter hun shuttle aan moeten lopen naar bijvoorbeeld de andere kant van het net of het net moeten aantikken. Ook wel bekend als “Rond het net”. Gehele klas kan meedoen bij 5 groepen van 6.

Een combinatie van Rond het net en 1 tegen 1:
Laat leerlingen met ‘rond het net’ op 2 veldjes een record neer te zetten door zo vaak mogelijk met elkaar zonder een fout te maken over te spelen (12 leerlingen) en op de 5 andere veldjes 1 tegen 1 laten spelen (10 leerlingen). Na een bepaalde tijd de twee groepen wisselen.

6. Het verzorgen van andere rollen voor meer info over andere rollen klik hier. (scheidsrechter, teller, coach etc.)

Direct aan de slag