Arrangementen Badminton

Bewegingsarrangement

Van Dale Woordenboek:
Arrangement = regeling waardoor iets op de gewenste wijze kan plaatsvinden of aflopen.

De door de docent gearrangeerde bewegingssituatie waarbinnen de bewegingsactiviteiten van leerlingen plaatsvinden, noemen we het bewegingsarrangement.
Het gaat hierbij bijvoorbeeld om:
• het verbreden of verlengen van een speelveld,
• het verhogen van het net,
• spelmateriaal aanpassingen (kortere racketsteel, tragere shuttles)
• het sturen van de balbaan door te werken met mikpunten (krijt, tape, krant e.d.).

Bewegingsarrangementen moeten zodanig samengesteld zijn, dat de essentie van de bewegingsactiviteit er zo goed mogelijk door wordt geraakt. Een bewegingsarrangement is daarom een belangrijk onderdeel van het didactisch instrumentarium dat de docent ter beschikking staat.


*sla met een smash de kranten stuk!!!
Tevens zijn op het bewegingsarrangement methodische principes van toepassing. Het gaat er daarbij om de leerlingen in een leeromgeving te plaatsen die zij aankunnen en die hen uitdaagt om te blijven deelnemen. Het arrangement kan dus net als de bewegingsactiviteit op- en uitgebouwd worden. Het interessante voor de docent is om op het juiste moment de meest verantwoorde of toepasbare beslissing te nemen bij aanpassingen van dit arrangement.

Aan de hand van het onderstaande badminton voorbeelden willen we benadrukken hoe je een arrangement geschikt kunt maken voor de ESSENTIE van de bewegingsactiviteit (in dit geval de oha):

FOUT: Slag: verbeteren van de onderhandse aangeefslag (oha)
Essentie van de bewegingsactiviteit: voor- opwaarts diep in het achterveld slaan

Arrangement: het sturen van deze shuttlebaan
De uitdaging door het arrangement (opdracht): speler A slaat met de oha de shuttle over het net en speler B vangt de shuttle.

GOED: Slag: verbeteren van de onderhandse aangeefslag (oha)
Essentie van de bewegingsactiviteit: voor- opwaarts diep in het achterveld slaan

Arrangement: het sturen van deze shuttlebaan
De uitdaging door het arrangement (opdracht): speler A slaat met de oha de shuttle over het net en in de emmer van speler B die hij boven zijn hoofd houdt.

paraplu-in-de-korf1

Op- of uitbouw (verlengen van het speelveld): laat de leerling met de emmer bij vangst een stap naar achter doen.
Wie staat na 10 oha-en het verst in het achterveld?

Op het juiste moment de meest verantwoorde of toepasbare beslissing nemen bij de aanpassing van het arrangement: Omdat niet alle leerlingen het optimale shuttle gedrag direct zullen toepassen zal de opdracht voor hen nog dwingender neergezet moeten worden. Sommigen mikken de shuttle niet via een hoge voor- opwaartse shuttlebaan maar met een te vlakke shuttlebaan. Het doel gaat hier de middelen heiligen. Oftewel de essentie van de bewegingsactiviteit wordt niet (meer) nageleefd. De shuttle komt wel diep maar zal in de wedstrijd gemakkelijker met een smash geretourneerd kunnen worden. De opdracht van de docent zou kunnen zijn: “sla de oha minstens 2 meter boven het hoofd van je van je partner uit. Het arrangement wordt nog dwingender zou als er een toversnoer gespannen wordt op 3 meter hoogte op de helft tot ¾ van het veld.

De slagen met hun essentie van de bewegingsactiviteit.

 

  • Onderhandse aangeefslag voor- opwaarts diep in het achterveld neer laten komen*
  • Fh en bh-clear voor- opwaarts diep in het achterveld neer laten komen*
  • Bh-clear voor- opwaarts diep in het achterveld neer laten komen*
  • Fh en bh-lob voor- opwaarts diep in het achterveld neer laten komen*
  • Dab van hoog naar laag slaan vanuit de pols.
  • Smash ondiepe shuttle die van hoog naar laag geslagen wordt vanuit hele arm.
  • Verwerken vd smash blokken met de bh-kant van de shuttle (weinig tot geen armactie) kort achter het net neer laten komen.
  • Lob service voor- opwaarts diep in het achterveld neer laten komen*.
  • Shortservice laag over het net en kort achter de voorste servicelijn mikken.


Let op!
Op lager niveau de bh-clear niet willen gebruiken (te moeilijk om in het achterveld te krijgen met het gevolg dat de tegenstander erop kan aanvallen), in plaats daarvan leerlingen een bh-drop met variatie links/rechts laten spelen. Fh en bh-drop zo kort mogelijk achter het net. Strak van boven naar beneden geslagen of in een boogje.

Zodra de docent een arrangement aanpassing doet in opbouw of uitbouw mag de essentie van de bewegingactiviteit niet verschuiven.

Het moet opvallen dat we niet de technische uitvoering van de slagen centraal stellen maar het resultaat van de slag en de ruimtelijke oriëntatie. Dit omdat techniek verbeteren maar een klein aspect is om de kans te vergroten dat het lukt. We noemen dit impliciet leren. Dit is het leren dat zonder die nadrukkelijk aandacht al doende gebeurt. Onderzoek lijkt er op te wijzen dat het impliciete leren tot stabielere leerresultaten leidt dan expliciet leren.
Het gaat dan bv om leren via:

  • Het leren via de bewegingssituatie
  • Het geven van aanwijzingen met een externe focus: landschappelijke aanwijzingen.


In een korte lessenserie, zoals de competentietoets voor racket spelen (4 lessen), is er te weinig tijd om diep in te gaan op het verbeteren van de ideaaltechnische slagen. Vaak is dit voor een beginnende docent wel zijn (enige) houvast m.b.t. lesgeven in onderdelen met weinig ervaring.

*zie ook differentiatie:hoe diep je de shuttle wilt hebben ligt aan de vaardigheid van wie er tegenover je staat.

Direct aan de slag